Home » Buitenland

Games in het beklaagdenbankje

De gameindustrie ligt flink onder vuur in Amerikaanse rechtbanken. Met elke rechtszaak winnen games aan status.

Arjan Terpstra

Gamebouwers zijn kunstenaars. Games vallen onder de vrijheid van meningsuiting. Het idee dat het spelen van gewelddadige games schadelijk is voor kinderen, is niet onderbouwd. De uitkomst van de zaak ‘Brown v. Entertainment Merchants Association‘ voor de Amerikaanse Hoge Raad liegt er bepaald niet om.

De Supreme Court veegde afgelopen week de vloer aan met een wetsvoorstel dat in Californië was aangenomen, en dat het strafbaar zou maken om gewelddadige videogames aan minderjarigen te verkopen. Die wet komt er dankzij protest van een aantal brancheorganisaties niet meer, want, zo staat zwart op wit, ‘videogames vallen onder de bescherming van het Eerste Amendement van de Grondwet’, en die garandeert in de VS de vrijheid van meningsuiting.

Freedom of speech‘ dus voor spellenbouwers, ook als een videogame gewelddadige teksten en beelden bevat, en zelfs als er minderjarigen in het spel zijn. ‘De basisprincipes van de vrijheid van meningsuiting zijn niet opeens anders als er een nieuw communicatiemedium opkomt’, zei opperrechter Scalia in zijn slotwoord.

Ideeën

En wat de tere kinderzieltjes betreft: de overheid heeft in de VS nou eenmaal ‘geen bevoegdheid’ om gedachten en ideeën te onderdrukken, wat individuele burgers ook van die ideeën vinden. Bovendien ‘slaagt Californië er niet in aannemelijk te maken dat het spelen van interactief video-entertainment voor kinderen schadelijk is’, en dat andere potentieel gevaarlijke media buiten schot worden gelaten – ‘sunday paper cartoons’ worden met name genoemd, die soms grof van aard zijn en waar kinderen ook toegang toe hebben. ‘Of de sprookjes van Grimm’, ging opperrechter Scalia verder, met een woordgrapje: ‘Who are grim (duister) indeed.

Winnende gameindustrie

Deze rechterlijke uitspraak in Amerika mag historisch worden genoemd. Niet alleen omdat de gameindustrie zo overduidelijk aan het langste eind trekt en door kan gaan met het maken en verkopen van games waar ouders soms hun wenkbrauwen bij optrekken. Maar ook omdat er een overwinning is geboekt op de achterliggende conservatieve gedachten waar het Californische wetsvoorstel op steunde: gewelddadige games zijn schadelijk voor jongeren. Gamers zijn agressiever dan niet-gamers. Jonge gamers spelen nooit meer buiten, zijn asociaal, bleek, vergeten een cadeautje te kopen op Moederdag. Ideeën waarvan gamers altijd al wisten dat ze alleen op vooroordelen gebaseerd waren, en waar de afgelopen jaren door wetenschappers grote gaten in zijn geschoten. Lees het boek Grand Theft Childhood (2008) er maar op na, waarin de vooroordelen laagje voor laagje worden afgepeld: de conservatieve gedachten kloppen gewoonweg niet.

Kunstige games

Was dit al reden voor een feestje, de door de Supreme Court uitgesproken gelijkstelling van games aan kunst is minstens zo interessant. Videogames moeten vanwege de vrijheid van meningsuiting tot dezelfde categorie gerekend worden als boeken, films en toneelstukken. Waaruit volgt dat een gamebouwer evenveel recht heeft geweld af te beelden als een schrijver of filmer, zonder daardoor vervolging te hoeven vrezen. ‘Het lezen van Dante is zonder twijfel cultureel meer verantwoord en intellectueel bevredigend dan het spelen van (vechtspel) Mortal Kombat‘, gaf Scalia als voorbeeld. ‘Maar die verschillen zijn nou eenmaal niet constitutioneel.’ Het is een rechterlijke uitspraak die wereldwijd op zou moeten vallen (maar het tot nu toe nog te weinig doet): games zijn kunst. Waardoor het jonge medium op het allerhoogste juridische niveau in een van de grootste gamelanden ter wereld gelijk wordt gesteld aan media als film, boeken, toneelstukken en beeldende kunst. Een grotere pluim konden de negen rechters, waaronder een aantal zeer conservatieve, niet aan de gameindustrie geven.

Dit artikel verscheen op 4 juli 2011 in Dagblad De Pers

Leave a reply

You must be logged in to post a comment.