Home » Business

Het is even niet fijn om Nintendo te zijn

Een prijsverlaging van de 3DS leidt tot onrust: snappen de Japanners het spelletje nog wel?

Arjan Terpstra

Nintendo en oorlog, twee woorden die je niet zo vaak bij elkaar in een zin ziet staan. Nintendo, dat was de elektronica-gigant die de console-oorlog van Sony’s PS3 en Microsofts Xbox360 vanaf de zijlijn bezag, en met de Wii als lachende derde de gamer inpakte. Nintendo, dat was ook de onbetwiste kampioen van de zogenoemde handheld-gamecomputers, al sinds de geboorte ervan in de jaren tachtig van de vorige eeuw.

Niemand maakte iets beters dan de Gameboy, behalve Nintendo zelf, dat alle Gameboy-records verbrak met de opvolger, de DS. Ook op dat terrein was geen oorlog nodig, Playstation Portable of niet. Wie twijfelde tussen de twee systemen, had aan één blik op de beschikbare spellen genoeg, want niemand wint van Super Mario.

Ook toen in maart (2011) de opvolger van de DS werd gepresenteerd, was er enkel lof voor de Japanners. Nintendo’s 3DS kon alles wat de DS ook kon, maar had een 3D-scherm waardoor de speler meer in het spel getrokken werd. Een winner, zo leek het, zeker als je het afzette tegen de concurrent, de PSPGo van Sony, die een moeizame gang naar de consument kent.

Maar dat was maart. We zijn vijf maanden verder en Nintendo zit in zwaar weer. Ineens vallen de halfjaarcijfers tegen omdat er flink wat minder spelletjes worden verkocht. En even plotseling werd de prijs van de 3DS met maar liefst eenderde verlaagd: van een adviesprijs van 250 euro naar 170. Gevolgd door excuses van Nintendo-baas Satoru Iwata, die begrip zei te hebben voor het feit dat vroege kopers zich bekocht voelen.

Oppervlakkig gezien is er niet zoveel aan de hand. Een hardware-systeem verkoopt eens wat minder, daar kan een beetje game-reus echt wel tegen. Maar het probleem ligt dieper. De scherpe koerswending rond de 3DS is meer dan een klassieke aanbodcorrectie: verlaag de prijs als het niet verkoopt. De prijsdaling laat zien dat er een grote onzekerheid in Nintendo is geslopen over het waarom van de tegenvallende verkopen. Hebben consumenten geen zin meer in Super Mario? Werkt 3D niet als verwacht? Of is er iets anders aan de hand, en zagen mobiele games die zónder aparte handhelds werken aan Nintendo’s stoelpoten?

Spellen voor tabletcomputers en telefoons maken een enorme groei door, en zijn prima te spelen tijdens een half uurtje treinen, wat lang het exclusieve domein was van Nintendo’s apparaten. Wordt Mario niet langzaam van zijn troon gestoten door Angry Birds en dergelijke spellen, games die ‘platform-agnostisch’ zijn (wat betekent dat je ze op apparaten van verschillende fabrikanten kunt spelen)?

Vragen genoeg, maar antwoorden heeft Nintendo vooralsnog niet. Analisten zien in de prijsval van de 3DS een voorbode van een existentiële verandering in de gamesmarkt: mobiel gamen is nog maar voor korte tijd aan een eigen platform gebonden. De oude markt, van dure doosjes met kaartjes die je in je handheld steekt, heeft zijn tijd gehad. De toekomst is aan spellen die platform-agnostisch zijn, die goedkoop of gratis zijn en die, omdat er geen super-investeringen gedaan hoeven worden, door iedereen met een degelijke computer gemaakt kunnen worden. Wil Nintendo een hap van die cake, dan is het oorlog en moet ofwel die nieuwe markt, ofwel Nintendo-zoals-we-het-kennen aan de kant. Buigen of barsten eigenlijk.

Ondertussen trekt Nintendo zich weinig aan van alle commotie. Op persconferenties kwam Iwata doodleuk met ‘eigen onderzoek’ waaruit bleek dat er ‘geen correlatie’ is tussen de opmars van gratis spellen voor telefoons en tablets, en de slechte verkoop van de 3DS. Later veranderde de toon en werd de correlatie wel erkend, zij het aarzelend. Maar wat níet werd gezegd, was interessanter. Er werd niet gezegd dat Nintendo zijn bedrijfsmodellen aan gaat passen aan de nieuwe realiteit. Er werd ook niet gezegd dat Nintendo stug doorgaat in de oude richting. Nintendo besluit nog even niets – een luxe die in een snel veranderende markt alleen de grootsten zich kunnen permitteren, en dan ook nog maar tijdelijk.

Dit artikel verscheen op 7 augustus 2011 in Dagblad De Pers

Leave a reply

You must be logged in to post a comment.