Home » Tech

Ouya of oeh, nee?

Wat moeten we vinden van een Android-console die maar honderd dollar kost? Fingers crossed voor een heropleving van de mod-cultuur.

Arjan Terpstra

En Bwham, daar vloog Ouya door de vijf miljoen dollar-grens heen, afgelopen week. De ‘gameconsole voor honderd dollar’ haalt geld op via Kickstarter.com en is een hit bij particuliere investeerders. En ook gamemedia pikken het nieuws gretig op: een nieuwe console die niet van Sony, Nintendo of Microsoft komt, dat betekent oorlog in de winkelschappen, en daar houden journalisten wel van.

Die oorlog is voor later, want het beessie bestaat alleen nog in prototype, en moet dus nog langs allerlei goedkeuringsprocedures voor hij in productie kan. Toch kun je er vanuit gaan dat in de directiekamers van de Grote Drie stevig met de deuren gesmeten is nu Ouya (spreek uit: ‘oe-ja’) zo breed gesteund wordt.  De nieuwkomer ondergraaft namelijk een aantal belangrijke pijlers waarop de bestaande console-systemen zijn gebouwd. Denk bijvoorbeeld aan gesloten software-systemen, dure licensies voor ontwikkelaars en een nogal eenzijdig ‘give me the money’-systeem waar gamebouwers niet onderuit kunnen: vaak gaat een derde van de verkoopprijs van je spel direct naar de consolehouder.

OY01Daarmee, zo claimt het team achter Ouya, is de ‘televisie onbereikbaar geworden voor veel gamebouwers’. Dat is niet helemaal waar (denk Apple TV, Google’s televisie-apps, Steam en nieuwe cloud-gaming initiatieven), maar als je een Triple A-game wilt bouwen ben je inderdaad met handen en voeten gebonden aan de eisen van Microsoft, Sony of Nintendo. Je koopt dure developer kits, dure licensies en je weet (bij Microsoft bijvoorbeeld) als je spel klaar is dat het speelgeld van de gamer voor een flink deel niet bij jou terecht komt, terwijl die via Xbox Live dagelijks jouw game speelt.

Ouya gooit het over een heel andere boeg. Dev kits? ‘Elke Ouya console ís een dev kit.’ Van licensies is geen sprake. En de software is gebaseerd op Android, ‘dus ontwikkelaars weten al hoe ze ermee moeten werken.’ Zelf klooien aan de soft- dan wel hardware? ‘Ga je gang, Ouya is gemakkelijk te verbouwen (‘rooting’), en ook bij ‘rooting’ blijft de garantie van kracht.’ Om die reden zitten in de console alleen standaard schroeven  – iedereen die om wat voor reden dan ook weleens een Wii uit elkaar heeft proberen te halen weet hoe bloedirritant die driepuntige Nintendo-schroeven zijn.

OY02‘Hardware-hackers’ mogen wat Ouya betreft dus gewoon hun gang gaan en hun eigen hardware op de console aansluiten. En dat is een interessante ontwikkeling voor de modders onder ons. Want met open source software en met hardware die zich leent voor aanpassingen is de televisie niet alleen voor professionele ontwikkelaars bereikbaar, maar ook voor individuele consumenten die graag aan electronica knutselen. Denk aan de grote gemeenschap aan PC gamers die nieuwe wapens voor Skyrim bedenkt en als mod op hun medespelers loslaten. Maar denk ook aan hoe thuis gamen in de vroege jaren tachtig ooit populair werd: doordat tieners de spelletjes kraakten en de gekraakte versies op een floppy of cassette via de post (de brievenbus dus) aan elkaar doorstuurden.

Met enorm effect, zegt bijvoorbeeld Joost Honig in een interview, een cracker uit de legendarische ‘1001 Crew’ uit Alkmaar. ‘Laten we eerlijk zijn: wat van de Commodore 64 een ster maakte was het netwerk van mensen die (gekraakte) spelletjes uitruilde’.

OY03Met andere woorden: niet de formele kant van de Commodore 64-computer maakte het apparaat tot een succes, maar het informele gebruik ervan, waardoor uiteindelijk meer machines verkocht werden. Als je ziet hoe de formalistische kant rond gaming is doorgeschoten, hoe krampachtig er op ‘piraterij’ wordt gereageerd, dan is Ouya – in theorie – een verademing. Hoe de situatie er in de praktijk uit gaat zien moet nog blijken, maar vijf miljoen dollars can’t be wrong: het sentiment dat uit de grote investeringsbijdrage op Kickstarter spreekt is dat het wel een beetje tijd wordt voor een console die meer van de gamer is, en minder van de fabrikant.

Dit artikel verscheen op 22 juli 2012 op IGN Benelux.