Home » Buitenland

Nieuws: geen rel over Medal of Honor!

Een special forces soldaat die een gaatje in Osama bin Laden schoot, helpt het team dat Medal of Honor maakt. Een klokkenluidersprobleem voor het Amerikaanse leger? ‘We hebben het spel nog niet gespeeld.’

Arjan Terpstra

Mooi staaltje gamesjournalistiek van de Los Angeles Times. Bronnen meldden de krant dat aan Medal of Honor: Warfighter een bijzondere adviseur heeft meegewerkt: de voormalige SEAL-soldaat Matt Bissonnette. Deze meneer kennen we beter als ‘Mark Owen’, een soldaat die bij de raid op Osama bin Laden in Abottabad, Pakistan betrokken was, en daar in een boek (No Easy Day) verslag van deed. Daar was het Amerikaanse leger verre van blij mee, en er hangt Owen/Bissonnette dan ook een straf boven het hoofd voor het zonder toestemming in de openbaarheid brengen van militaire geheimen.

Nu is er voor de militaire rechtbank dus een tweede kluif om de tanden in te zetten. Volgens de LA Times is Bissonnette ‘een van twee dozijn’ militaire adviseurs voor schietspel Medal of Honor: Warfighter. In het spel moet de speler achter een voorraad chemicaliën aan waarmee terroristische aanslagen kunnen worden gepleegd, en vecht je vaak in vijandelijk gebied. Om dat allemaal een beetje realistisch te laten overkomen, zijn er dus (oud-)soldaten in dienst van EA, die weet hebben van anti-terreur taktieken, militaire communicatie, wapensystemen et cetera

MO01Leuk voor ons, dat zogenaamde oorlogsrealisme in het spel (waarom dat ‘zogenaamd’ is, lees je hier), maar minder voor het leger. Officieel moet toestemming gevraagd worden om over het soldatenwerk te praten, en die wordt bij gevoelige informatie niet gegeven. Idee: je maakt het de terroristen wel erg gemakkelijk als die op de Xbox even kunnen spieken hoe ver de Amerikanen eigenlijk zijn. Hetzelfde geldt voor boeken: in No Easy Day staat stap voor stap beschreven hoe een rovershol tegenwoordig wordt bestormd, wat je natuurlijk enorm helpt als je net je rovershol aan het verbouwen bent.

Nu is er een aantal dingen opvallend aan het artikel. Het is ten eerste bijvoorbeeld een lang artikel over een hardcore shooter in een krant met een breed lezerspubliek, waarvan lang niet iedereen gamet. Kranten in Nederland zijn daar over het algemeen nog niet aan toe (TV en radio al helemaal niet), al zie je aarzelend beginnetjes bij redacties om ‘games’ als een serieus journalistiek onderwerp te zien. Ten tweede gaat het artikel uitermate genuanceerd in op wat er aan de hand is. Er zijn mensen gesproken van EA en van andere game-ontwikkelaars, van het Amerikaanse leger, en de voor- en nadelen van dit soort advieswerk worden rustig behandeld. En ten derde zijn de geïnterviewde mensen zélf erg genuanceerd over het onderwerp.

Lees maar eens wat een Amerikaanse legerwoordvoerder heeft te zeggen. Je verwacht een verongelijkte drillsergeant die een officieel statement opdreunt en probeert het spel uit de winkel te houden, maar nee: het leger wacht nog even af, zegt kolonel Tim Nye. ‘We hebben de game nog niet gespeeld, dus weten niet of er gevoelige informatie over taktieken, technieken en procedures in zit.’ Lees dat zinnetje gerust nog eens: we hebben het spel nog niet gespeeld. Dat zegt iets over de acceptatie van het medium videogames binnen de Amerikaanse krijgsmacht, en over hoe realistisch er naar gekeken wordt. Eerst zien, dan handelen, want het is nog geen uitgemaakte zaak dat er door de medewerking van Bissonnette ‘classified information’ in het spel zit.

MO02En ook de opmerkingen van Mike Zyda (die voor het leger ooit het recruteringsspel America’s Army ontwikkelde) zijn interessant. Hij weet als gamebouwer wat er in dit soort spellen terecht komt, en wat niet. ‘Dit soort games laat nooit zien hoe de informatie van veiligheidsdiensten is geregeld, een gebied waar de meeste geheime informatie is. Het doel van een game is om leuk en opwindend te zijn. Daarbij is een zekere mate van realisme nodig, maar veel van wat er bij echte missies gebeurt zit niet in games omdat dat eigenlijk niet zo erg interessant is.’

Ik sta zo lang bij dit artikel stil omdat er hier iets bijzonders gebeurt. Een mainstream krant heeft het game-nieuwtje van de week – en troeft dus alle grote gaming websites af. Daarnaast laat de journalist van een grote mainstream krant zien de nuances van het onderwerp te begrijpen, en dus niet op de sensatietoer te gaan met het nieuws. Er wordt al langer gesproken over het ‘volwassen’ worden van games, als in: de manier waarop games onderwerpen behandelen. Er wordt steeds vaker gesignaleerd dat de gemiddelde gamer steeds volwassener is – gemiddeld ouder en wat breder geïnteresseerd dan de pubers die voorheen de belangrijkste gamergroep waren. En nu zijn we getuige van een nieuw fenomeen, op steeds meer plekken en in steeds meer media: het volwassen worden van het schrijven over games.

Dit artikel verscheen 23 september 2012 op IGN Benelux.