Home » Opinie

Europa: free2play bestaat niet

Wat heeft een onderzoekscommissie van de Europese Unie met jouw telefoonspelletje van doen? Makers van free2play games hebben wat vragen te beantwoorden.

Arjan Terpstra

Het zat er al een tijdje aan te komen, en je kunt beargumenteren dat de politiek weer eens lekker op tijd is, maar de Europese Commissie stort zich  in een onderzoek naar consumentenmisleiding bij mobile games. Apple en Google worden uitgenodigd voor gesprekken (vanwege hun iOS en Android App Stores), en ook consumentenorganisaties uit verschillende Europese landen wordt om hun mening gevraagd.

SB02

Waar het om gaat? Gratis spellen die niet gratis zijn, waardoor (met name bij kinderen) soms kosten worden gemaakt waarvan de ouders aan het eind van de maand lijkbleek wegtrekken. Een maandsalaris dat opgaat aan smurfberries, het zijn geen indianenverhalen, zegt de commissie. En reken maar dat de cijfertjes op orde zijn vóór het onderzoek begonnen is: de geruchten over EU-onderzoekers die bij industrie-symposia aanschoven en informeel met gamestudio’s spraken, zijn legio.

Misleiding

Is het vreemd dat de Europese Commissie dit onderzoek oppikt? Totaal niet. We kunnen als gamers onder elkaar hard roepen dat je een eikel bent als je de kosten zo hoog op laat lopen of dat de verhalen over extreem koopgedrag in online games oude koek zijn, voor die consumentenorganisaties zijn de verhalen realistisch genoeg. En als je diep in je hart kijkt, klopt het op een fundamenteel niveau ook niet: gratis spellen waarbij je moet betalen om verder te komen, sterker te worden, sneller te spelen. “Het misleiden van consumenten is duidelijk het verkeerde verdienmodel en gaat in tegen de geest van de Europese regels rond consumentenbescherming”, zegt EU-commissaris Viviane Reding.

SB01

Een glashelder standpunt, of je het ermee eens bent of niet. De vraag is wel wat de commissie eraan denkt te gaan doen. Gaat het om betere consumentenbescherming door het verplicht invoeren van in-game beveiligingen? Er zijn systemen denkbaar waarbij ouders een mail krijgen als hun kind in een spel een aankoop wil doen, en dan toestemming moeten geven. Of begint de EU een kruistocht tegen de term ‘free2play’ en uitingen als ‘speel nu gratis!’? Daar is iets voor te zeggen, omdat misleiding begint op taalgebied, maar ook als alle game-ontwikkelaars hun spel voortaan anders noemen, blijft het probleem van extreme uitgaven bestaan.

Walvissen

Wat dat betreft is het interessant naar een ander nieuwtje te kijken dat februari 2014 op industrie-websites verscheen. We wisten al dat aan free2play-games verdiend wordt doordat uiteindelijk een zeer kleine groep spelers iets betaalt binnen het spel, en dat van die kleine groep een nog kleinere groep heel veel betaalt: de zogenaamde ‘walvissen’. Wat blijkt nu: de helft van alle inkomsten komt van 0.15 procent van de spelers. Je leest het goed: nul-punt-vijftien procent van alle mobiele gamers wereldwijd betaalt de volle mep in spellen.

SB03

Dat is een schrikbarend laag getal, waardoor in gamestudio’s hard achter oren gekrabt wordt: is het einde van het ‘gratis’ model niet in zicht? De kosten om een nieuwe speler aan jouw spel te binden stijgen met een noodgang (ik schreef er hier al eerder over), en dan is 0.15 procent verantwoordelijk voor 50% van je inkomsten? Is dat niet een veel te kwetsbaar scenario in een markt die in sneltreinvaart overvol is geraakt? En, andere vraag: hoeveel walvissen zijn er eigenlijk? Is het redelijk om aan te nemen dat bij een groeiende markt het aantal fors betalende spelers hetzelfde blijft?

Getrek

Het zijn vragen waar de industrie wakker van ligt. Met als gevolg dat binnen games de manieren om spelers tot betalen te verleiden worden aangescherpt. Vraag het aan willekeurige free2play-spelers om je heen: je wordt – en is dat niet veel meer dan in afgelopen jaren? – gek van alle pushberichten, het getrek aan je portemonnee en de beloftes dat je leven er een stuk leuker van wordt als je X diamanten koopt.

Het is die tot in de puntjes geperfectioneerde verleidingsmachine die de Europese Commissie zorgen baart, veel meer dan de naamgeving rond free2play. Want naast het misleidingsvraagstuk is er natuurlijk die vervelende toestand rond online verslavingen. Of de gamesindustrie het leuk vind of niet, een klein deel van de gamers heeft moeite de hobby binnen de perken te houden. Daar hoort langdurig gamen bij, maar ook buitensporig uitgaven doen in een online omgeving. Dat ‘kleine deel’ blijft in Nederland (gelukkig) beperkt tot een groep van onder de 500 mensen, maar het zou interessant zijn te weten hoeveel procent daarvan door de industrie als ‘walvis’ wordt gezien.

Kinderen

Een vraag die je ook naar een niet-verslaafde-maar-even-verleidbare groep door kunt trekken: kinderen die zonder het te weten papa’s creditcard leegtrekken. Het zullen incidenten zijn, de kinder-walvissen, en laten we hopen dat de Europese Commissie met een bruikbare oplossing komt. Maar toch: als slechts 0.15 procent van de gamers de helft van de inkomsten genereert, is dan de vraag niet gerechtvaardigd hoeveel van die 0.15 procent bestaat uit mensen die niet bij machte waren hun aankoop op waarde te schatten toen ze op het ‘buy’-knopje drukten?

In andere woorden: wat verdient de free2play-industrie eigenlijk aan mensen waaraan ze ethisch gesproken niet zou mogen verdienen?

Dit artikel verscheen eerder bij IGN Benelux.