Home » Opinie

Gamebouwers bedreigd?

Gamemaker Zoe Quinn krijgt al maanden bedreigingen te verduren, gericht op haar persoon en sekse. Ook andere vrouwen (en mannen) moeten het online ontgelden. Is het individuele karaktermoord of deel van systematische misogynie in de game-industrie?

Arjan Terpstra

De Amerikaanse gamesbouwer Zoe Quinn zou bekend moeten staan als de vrouw die ons het spel Depression Quest schonk, een ‘avonturenspel’ dat het fenomeen depressie onderzoekt, maar is voor een deel van het internet de vrouw die ‘met journalisten sliep om haar game te promoten’. Een vrouw ook die haar partner bedroog om ergens werk te vinden, aldus haar verongelijkte ex-vriend in een recente blog, met als gevolg een golf van vitriool die online over haar werd uitgestort, tot aan doodsbedreigingen toe. Of beter: een níeuwe golf vitriool en doodsbedreigingen, want het is slechts één akte in een morbide schouwspel dat al driekwart jaar duurt. Een vorige fase bracht mensen ‘van het internet’ tot aan haar deur, nadat haar privé-adres openbaar was gemaakt.

D!03

Wat Quinn momenteel meemaakt is duidelijk karaktermoord, waarbij de online aanklagers zich massaal – en opvallend vaak niet anoniem – op haar privéleven hebben gestort. Maar is het ook onderdeel van ‘systematische misogynie’ binnen de gameswereld? De term komt van Anita Sarkeesian, een feminist die publiceert over de rol van vrouwen in games – en daarmee over de aanwezigheid van seksisme in de gamescultuur en –industrie. Ook zij wordt bedreigd en bespot: één grappenmaker vond het nodig een game te bouwen waar je haar beeldtenis tot bloedige pulp kon slaan.

Gunsten

Dit soort voorbeelden – er zijn er meer – is overduidelijk misogyn, waarbij vrouwen succes wordt misgund, populariteit wordt toegeschreven aan seksuele gunsten, en grenzen van betamelijkheid en redelijkheid niet gelden. En het is systematisch in de zin dat de slachtoffers gericht, massaal en stelselmatig worden bedreigd.

DQ01

Toch is er binnen de gameswereld iets aan de hand dat bij andere gevallen van internet-haat minder aanwezig is. Instructief is een aantal gevallen van internetwoede waarbij de liefde voor games de aanjager lijkt te zijn. Een jaar geleden ontstaken gamers in woede tegen een creatief directeur van Microsoft Studios over een tweet die hij schreef: de bedreigingen zijn sindsdien niet meer gestopt. Een schrijfster bij studio BioWare kreeg hetzelfde te verduren toen zij online schreef ‘de gevechten (in games) het minst interessante deel (van het schrijfwerk in games) te vinden’. Portee van de kritiek: ‘zij is de kanker die gaming kapot maakt’. Beiden stopten met het werk wat zij deden.

Haat

Dit soort haatcampagnes hebben niets met misogynie te maken, en alles met een groep gamers die met online pressiemiddelen de industrie onder druk zetten. Het betreft hier een kleine groep die heel vocaal is en die bepaalt wat echt gamen is en wat niet. Zij zien ‘intellectuele games’ als Depression Quest als een bedreiging voor het medium, zeker als die – waar hebben we dat eerder gehoord – worden gesteund door ‘linkse journalisten’ die dit soort games op grote gaming websites omarmd hebben. Journalisten waarvan het brein natuurlijk smolt nadat ze met Zoe Quinn in bed hadden gelegen, want hoe kun je zo’n a-typische game anders positief bespreken?

Dit artikel verscheen augustus 2014 in NRC Handelsblad. Noot: dit artikel verscheen aan het begin van wat later #gamergate ging heten, een grote game-culturele strijd die op verschillende online fora is uitgevochten.  

D!02